Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Besluit invoering nieuwe Nederlandsche Wetgeving· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 4 mei 1838

1. De Staten der provincien zullen in hunne eerstvolgende gewone vergadering raadplegen over het jaarlijksch bedrag, waarop, voor het vervolg, zullen moeten worden bepaald de sommen, uit de provinciale fondsen, voor kleine onkosten, aan de Provinciale Geregtshoven, Arrondissements-Regtbanken en Kanton-Geregten te voldoen. Hunne daartoe betrekkelijke voorstellen zullen aan Onzen Minister van Justitie worden ingezonden, en door hem aan Onze beslissing onderworpen worden. 2. Hangende Onze overwegingen dienaangaande, zal inmiddels aan de Arrondissements-Regtbanken, mitsgaders aan de Kanton-Geregten worden uitbetaald het bedrag der sommen thans door de Regtbanken van Eersten Aanleg en de Vredegeregten en Policie-Geregten voor kleine onkosten genoten wordende; terwijl voorts de som voorloopig aan de Provinciale Geregtshoven uit de provinciale middelen tot gaande houding van de dienst voor kleine onkosten te verstrekken, in overeenstemming zal worden gebragt met den grondslag, volgens welken het thans bij de Regtbank van Eersten Aanleg in de hoofdplaats der provincie genoten wordende bedrag is geregeld en bepaald.

Rechtspraak bij dit artikel