Alvorens de Tweede Kamer beslist of zij de aanklacht in overweging neemt, stelt de voorzitter van de Tweede Kamer degene tegen wie de aanklacht is gericht in de gelegenheid naar diens keuze schriftelijk of mondeling een zienswijze naar voren te brengen.
Hoofdstuk 2 › § 3
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Wet ministeriële verantwoordelijkheid en ambtsdelicten leden Staten-Generaal, ministers en staatssecretarissen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 19 september 2018