Voor alle uitspraken en akten, uit kracht van de wet door consulaire ambtenaren opgemaakt of verleden, is het gebruik van elke levende taal geoorloofd, mits de gebezigde taal wordt verstaan door de partijen en door allen die bij het opmaken of verlijden der akten verschijnen ofwel de inhoud aan hen die de gebezigde taal niet verstaan, wordt vertolkt door een volgens artikel 5 beëdigde tolk.
hoofdstuk Eerste
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Consulaire Wet· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1979