In de gevallen in de artt. 32-37 bedoeld is de rechter bevoegd, ontzetting uit te spreken van de in art. 28, n°. 1, 2, 3 en 4 van het Wetboek van Strafrecht vermelde rechten, benevens van voogdij en curateele over eigen kinderen, voor den duur in artikel 31 van dat Wetboek aangewezen.
§ V
Artikel 38
Artikel 38
Onderdeel van Invoeringswet Wetboek van Strafrecht· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 1886