Bij Reglement worden vastgesteld:
de inwendige regeling van de Hoogere Krijgsschool, van de Koninklijke Militaire Academie, van den Hoofdcursus en van de Cadettenschool, daaronder begrepen de werkkring en de bevoegdheid van de hoofden dezer Inrichtingen, en, voor zooveel de Koninklijke Militaire Academie betreft, van den bij art. 46 genoemden Raad van Bijstand;
de voorschriften volgens welke de toelating tot de Hoogere Krijgsschool, de Koninklijke Militaire Academie, den Hoofdcursus en de Cadettenschool zal geschieden, die, volgens welke de eindexamens aan de Koninklijke Militaire Academie en den Hoofdcursus zullen worden afgenomen, zoomede die betreffende de wijze van samenstellen van de Commissiën, welke met de toelating en het afnemen van de eindexamens zullen worden belast.
Hoofdstuk Tweede
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Wet tot regeling van het Militair Onderwijs bij de Landmacht· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 26 juni 1923