Een afwijzende beslissing op grond van artikel 15, tweede lid, en op grond van artikel 11, derde lid, onder 1 en 2 en artikel 14, tweede lid van het verdrag wordt beschouwd als een beschikking waartegen voor partijen in de hoofdprocedure hoger beroep openstaat overeenkomstig de vierde afdeling van titel 7 van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met dien verstande dat het hoger beroep de werking niet schorst, tenzij de rechter anders heeft bepaald, en dient te worden ingesteld binnen een termijn van vier weken te rekenen vanaf de dag van de beslissing.
Paragraaf
Artikel 18a
Artikel 18a
Onderdeel van Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1905· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2008