Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › § 2

Artikel 16

Artikel 16

Onderdeel van Schepenwet· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. Een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie is bevoegd een schip aan te houden voor onderzoek, indien: de ambtenaar constateert of een gerechtvaardigd vermoeden heeft dat het schip niet voldoet aan de eisen, gesteld krachtens artikel 3a, voor de verkrijging van die certificaten; deambtenaar constateert dat of gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de kapitein in strijd met bij of krachtens de artikelen 4 of 9 bepaalde eisen en voorschriften handelt dan wel zal handelen. 2. Een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie is bevoegd een schip aan te houden, indien: het schip niet is voorzien van alle krachtens artikel 3 benodigde geldige certificaten of documenten; uit het in het eerste lid bedoelde onderzoek blijkt dat niet is voldaan aan de eisen gesteld krachtens artikel 3a; wordt gehandeld in strijd met hetgeen bepaald bij of krachtens artikelen 4 en 9; de eigenaar, de kapitein of de overige leden van bemanning niet de door de ambtenaar gevorderde medewerking verlenen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. 3. Indien een bemanningslid ten aanzien van diens schip redenen meent te hebben voor twijfel over de zeewaardigheid dan wel of aan alle bij of krachtens de artikelen 3a, eerste lid, 4 of 9, bepaalde eisen en voorschriften, is of zal worden voldaan, is hij gerechtigd zich te wenden tot het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. 4. Indien Onze Minister in geval van oorlogsgevaar van oordeel is dat de vaart te grote gevaren oplevert, kan hij een schip door een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie laten aanhouden. 5. In Nederland beslist het Hoofd van de Scheepvaartinspectie zo spoedig mogelijk of in geval van het eerste lid al dan niet een onderzoek wordt ingesteld. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten beslist een aldaar daartoe aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie of al dan niet een onderzoek wordt ingesteld. 6. In Nederland is afdeling 5.3.1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de in het eerste tot en met vierde lid bedoelde bevoegdheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel