De voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters, de gewone en de buitengewone leden en de plaatsvervangende leden van den Raad onthouden zich van deelneming aan de behandeling van zaken, welke hen of hunne bloed- en aanverwanten tot en met den vierden graad, persoonlijk aangaan, of waarin zij als gemachtigden zijn betrokken.
Hoofdstuk III
Artikel 25
Artikel 25
Onderdeel van Schepenwet· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1933