Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I

Artikel 2bis

Artikel 2bis

Onderdeel van Schepenwet· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. Een kapitein van een schip, bedoeld onder één van de uitzonderingen opgenomen in artikel 2, eerste lid, onderdelen e tot en met g, of artikel 2, tweede lid, onderdelen d tot en met f, draagt er zorg voor dat met zijn schip geen reis ondernomen wordt zonder vergunning afgegeven door of namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. 2. Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. De vergunning geldt voor een daarbij bepaalde periode. 3. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt een weigering van een vergunning schriftelijk en gemotiveerd gegeven. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan tegen de weigering van een vergunning bezwaar worden gemaakt bij het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep worden in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met het weigeren van een vergunning gelijkgesteld het schriftelijk weigeren een vergunning te verlenen alsmede het niet tijdig verlenen van een vergunning. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt een besluit omtrent het verlenen van een vergunning genomen binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag. 4. Een ambtenaar, belast inzake douane, verleent geen expeditie voor een schip, indien geen geldige vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden getoond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel