Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 48

Artikel 48

Onderdeel van Schepenwet· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. De kapitein, die onder andere ten opzichte van de eigenaar, de verschepers, de bemanning, de passagiers of andere opvarenden op enige wijze heeft gehandeld in strijd met wettelijke bepalingen of voorschriften, kan, onafhankelijk van de burgerlijke en de strafvordering, door den Raad voor de scheepvaart, na ingesteld onderzoek, disciplinair worden gestraft door het uitspreken van eene berisping of door ontneming van de bevoegdheid om gedurende eenen bepaalden tijd, twee jaren niet te boven gaande, als kapitein op een schip, als bedoeld in artikel 2, te varen. 2. Desgelijks kan de kapitein of een officier door den Raad voor de scheepvaart disciplinair worden gestraft door het uitspreken van eene berisping of door ontneming van de bevoegdheid om gedurende eenen bepaalden tijd, twee jaren niet te boven gaande, in een of meer dezer betrekkingen op een schip, als bedoeld in artikel 2, te varen, een en ander wanneer de Raad bij het in hoofdstuk IV bedoelde onderzoek tot de overtuiging komt, dat aan zijne schuld eene scheepsramp is te wijten. 3. De Raad kan bij eene met redenen omkleede beslissing den betrokkene onbevoegd verklaren om gedurende het onderzoek als kapitein of officier op een schip, als bedoeld in artikel 2, dienst te doen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel