**1.** De in de volgende artikelen genoemde bevoegdheden kunnen ook door de daartoe aangewezen hulpofficier van justitie worden uitgeoefend:
artikel 116, derde en vierde lid;
artikel 126nb;
artikel 126nd, met uitzondering van het zesde lid;
artikel 126ne, met uitzondering van het derde lid;
artikel 126ub;
artikel 126ud;
artikel 126ue, met uitzondering van het derde lid;
artikel 126zj;
artikel 126zl; en
artikel 126zm, met uitzondering van het derde lid.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de aanwijzing van een hulpofficier van justitie.