Buiten de gevallen in de artt. 20 en 21 voorzien, wordt, naar gelang de opheffing ingevolge een door Ons of een door Gedeputeerde Staten genomen besluit geschiedt, door het Rijk of Gedeputeerde Staten van de provincie of provinciën tegen hen, die aangifte hebben gedaan, eene rechtsvordering ingesteld strekkende tot bepaling van het bedrag, dat als schadeloosstelling voor het veerrecht moet worden betaald, en tot beslissing aan wie der verweerders of eventueel tusschengekomen partijen dat bedrag of een aan te wijzen deel daarvan moet worden uitgekeerd.
Artikel CIX van Stb. 2016/290 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Hoofdstuk II › § 2
Artikel 23
Artikel 23
Onderdeel van Verenwet· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2017