Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Wet tot regeling pensioenen voor de reserve-adjudanten-onderofficier van de landmacht· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 15 juli 1925

Het bepaalde bij artikel 1 dezer wet wordt geacht in werking te zijn getreden op 1 Januari 1920, terwijl de pensioenen, welke in het tijdvak van 1 Januari 1918 tot 1 Januari 1920 zijn verleend aan reserve-adjudanten-onderofficier, als waarvan in gemeld artikel sprake is, te rekenen van laatstgenoemden datum zullen worden herzien aan de hand van de in artikel 1 genoemde wet, voor zoover zulks voor de belanghebbenden voordeelig zal blijken te zijn. Het bepaalde bij artikel 2 wordt geacht in werking te zijn getreden op 1 Juli 1922. Aan de weduwen en weezen van reserve-adjudanten-onderofficier, als in artikel 1 bedoeld, - voor zoover die militairen zijn overleden in het tijdvak van 1 Januari 1920 tot 1 Juli 1922 - wordt, te rekenen van laatstgemelden datum, pensioen toegekend naar de bepalingen der Militaire Weduwenwet 1922 en ten laste van het in artikel 1 dier wet genoemde fonds, berekend naar den pensioensgrondslag, welke voor de overledenen zou hebben gegolden, indien zij op den datum van overlijden waren gepensionneerd op grond van de Pensioenwet voor de Landmacht (Staatsblad 1922, n°. 66), ongeacht of zij al dan niet deelgenoot waren van het voormalige weduwen- en weezenfonds voor militairen en gepensionneerde militairen van de landmacht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel