**1.** Voor de toepassing van de artikelen 7a, eerste lid, onderdeel a, en 8a en de artikelen 9a en 9c van deze wet, alsmede van artikel 5, onderdeel a, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Stb. 469) en artikel 10.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden onroerende zaken die gedurende de op de voet van artikel 4, tweede lid, vastgestelde termijn niet opnieuw kunnen worden aangemerkt als een landgoed, gelijkgesteld met landgoederen.
**2.** Indien op de voet van artikel 4, tweede lid, een termijn is vastgesteld, wordt het tijdvak van 25 jaren als bedoeld in artikel 8 en in artikel 9c met die termijn verlengd.
Artikel VIII van Stb. 2005/684 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Natuurschoonwet 1928· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2006