Naar hoofdinhoud

Artikel 16

Artikel 16

Onderdeel van Wegenleggerbesluit· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2005

1. Indien ingevolge artikel 41, tweede lid, van de Wegenwet voor het door Burgemeester en Wethouders of door Gedeputeerde Staten op te maken ontwerp in de plaats treedt een verzoek van een of meer belanghebbenden tot wijziging van den legger, dan vinden de bepalingen van artikelen 12, vierde lid, 14 en 15 overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat, indien het verzoek niet in tweevoud is ingezonden, Gedeputeerde Staten een door hen gewaarmerkt afschrift of afdruk van het verzoek bijvoegen, terwijl zij op beide stukken op de eerste bladzijde aanteekenen: "..........ste (de) Wijzigingslegger". Overigens wordt bij de toepassing van evenbedoelde bepalingen het verzoek gelijkgesteld met een door Burgemeester en Wethouders opgemaakt ontwerp-wijzigingslegger. 2. Indien bij een verzoek, gedaan ingevolge artikel 41, tweede lid, van de Wegenwet, een kaart is gevoegd, wordt, indien deze in één exemplaar is ingezonden, een door Gedeputeerde Staten gewaarmerkt copie daarvan door hen bijgevoegd en worden beide exemplaren door Gedeputeerde Staten gewaarmerkt: "Behoort bij het verzoek van .......... te .......... van ............ (datum) (of: ingekomen ............ (datum)) tot wijziging van den legger van de gemeente .........." 3. Wanneer Gedeputeerde Staten den wijzigingslegger naar aanleiding van het verzoek hebben vastgesteld, wordt de alsdan tot den wijzigingslegger behoorende kaart door hen aldus gewaarmerkt: "Behoort tot den .......... Wijzigingslegger van de gemeente .......... ingevolge de Wegenwet vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van .......... van .......... (datum). De Gedeputeerde Staten voornoemd, (Onderteekeningen)"

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel