Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Besluit vaststelling wachtgeldregeling militairen Koninklijke landmacht beneden de rang officier· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 22 september 1935

1. Het wachtgeld vervalt: wanneer de belanghebbende op eenigerlei wijze pensioen gaat genieten, hetzij krachtens de Pensioenwet voor de landmacht (Staatsblad 1922, n°. 66), hetzij krachtens de Pensioenwet 1922 (Staatsblad n°. 240); door vervallenverklaring ingeval de op wachtgeld-gestelde zich zoodanig gedraagt, dat hij, ware hij in dienst gebleven, zou zijn ontslagen, of indien hij zich zonder toestemming van Onzen Minister van Defensie in het buitenland vestigt of geacht moet worden aldaar duurzaam te verblijven; bij terugkeer in actieven dienst, hetzij bij het leger hier te lande, bij het leger in Nederlandsch-Indië of de landmacht in Suriname of Curaçao, dan wel bij de zeemacht; op verzoek. Wanneer het wachtgeld op een der bovenomschreven wijzen is vervallen, dan is bij het eventueel verstrijken van den termijn, genoemd in het eerste of het tweede lid van artikel 4, tevens vervallen het recht op het wachtgeld, genoemd in het derde lid van dat artikel. 2. Het vervallen, schorsen, verminderen of vermeerderen van wachtgeld gaat in met den dag, waarop de reden van het vervallen, de schorsing, de vermindering of vermeerdering intreedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel