Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Wet behoud scheepsruimte 1939· Vervoersrecht

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1. Bij het aanvragen van een vergunning betreffende een vaart, een reis of een reeks van reizen, moeten deze nauwkeurig worden omschreven. 2. Aan de in artikel 2 bedoelde vergunningen kunnen voorschriften worden verbonden. Beschikbaarstelling van scheepsruimte zal niet als voorschrift gesteld worden. 3. Het verleenen van een vergunning laat onverkort iedere wettelijke bevoegdheid tot het vorderen van schepen of scheepsruimte. 4. Onze in artikel 2 genoemde Ministers gedragen zich bij het verleenen en onthouden van vergunningen tot handelingen, als omschreven in lid 1, onder a en b, van dat artikel, naar regelen bij algemeenen maatregel van bestuur gesteld. De wijziging is in werking getreden als de Derde tranche Algemene wet bestuursrecht in werking treedt, op 1 januari 1998 (Stb. 1997/581).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel