Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Wet behoud scheepsruimte 1939· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Met de opsporing van de bij of krachtens deze rijkswet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast: de officieren der Koninklijke Marine, behoorende tot het Korps zeeofficieren, en, voorzoover zij in werkelijken dienst zijn, de tot dit Korps behoorende officieren der Koninklijke Marine Reserve; de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie en de daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en van Rijkswaterstaat; de ambtenaren der Invoerrechten en Accijnzen; de Nederlandsche consulaire ambtenaren. 2. Processen-verbaal opgemaakt door een ambtenaar als bedoeld in onderdeel d, gelden als wettig bewijsmiddel, mits zij bevestigd worden door zijn daarin opgenomen schriftelijken eed (belofte). Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel