Naar hoofdinhoud

Artikel 30

Artikel 30

Onderdeel van Reglement op de Militaire Willems-Orde· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 20 mei 1940

1. Het uitreiken van het ordeteeken aan militairen geschiedt voor het front der troepen of der scheepsbemanning, ter plaatse van de uitreiking aanwezig, op de volgende wijze: de autoriteit, met de uitreiking belast, doet aan de aanwezigen mededeeling van de uitstekende daad (daden), waarvoor de onderscheiding werd toegekend; de ban wordt geopend en het Koninklijk Besluit der benoeming voorgelezen; den benoemde - Nederlandsch onderdaan zijnde - wordt de eed (belofte) afgenomen; het ordeteeken wordt den benoemde (bevorderde) op de borst gehecht c.q. omgehangen; de benoemde ridder ontvangt de accolade van de ridders, daartoe aangewezen door of namens de autoriteit met de uitreiking belast; de ban wordt gesloten; de autoriteit, die de uitreiking verrichtte, houdt een toespraak tot den ridder en vervolgens tot de aanwezige troepen (scheepsbemanning); de troepen defileeren voor den benoemden (bevorderden) ridder. Aan boord van een Onzer schepen wordt door de bemanning gedefileerd, voor zoover de ruimte dit toelaat. Tijdens de handelingen genoemd onder d en e speelt de muziek het Wilhelmus. 2. Voorts wordt bij de in het 1e lid genoemde plechtigheid in acht genomen hetgeen daaromtrent door Ons of door den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië c.q. den Gouverneur van Suriname of van Curaçao in de voorschriften en reglementen voor de onderscheiden deelen der weermacht is of zal worden vastgesteld. 3. Indien door bijzondere omstandigheden de uitreiking van het ordeteeken op de in de beide voorgaande leden omschreven wijze niet kan plaats hebben, zal de in het 1e lid onder a genoemde autoriteit op de uitreiking orde stellen, daarbij in acht nemende, dat zulks op plechtige wijze behoort te geschieden.

Rechtspraak bij dit artikel