**1.** Het uitreiken van het ordeteeken aan militairen geschiedt voor het front der troepen of der scheepsbemanning, ter plaatse van de uitreiking aanwezig, op de volgende wijze:
de autoriteit, met de uitreiking belast, doet aan de aanwezigen mededeeling van de uitstekende daad (daden), waarvoor de onderscheiding werd toegekend;
de ban wordt geopend en het Koninklijk Besluit der benoeming voorgelezen;
den benoemde - Nederlandsch onderdaan zijnde - wordt de eed (belofte) afgenomen;
het ordeteeken wordt den benoemde (bevorderde) op de borst gehecht c.q. omgehangen;
de benoemde ridder ontvangt de accolade van de ridders, daartoe aangewezen door of namens de autoriteit met de uitreiking belast;
de ban wordt gesloten;
de autoriteit, die de uitreiking verrichtte, houdt een toespraak tot den ridder en vervolgens tot de aanwezige troepen (scheepsbemanning);
de troepen defileeren voor den benoemden (bevorderden) ridder. Aan boord van een Onzer schepen wordt door de bemanning gedefileerd, voor zoover de ruimte dit toelaat.
Tijdens de handelingen genoemd onder d en e speelt de muziek het Wilhelmus.
**2.** Voorts wordt bij de in het 1e lid genoemde plechtigheid in acht genomen hetgeen daaromtrent door Ons of door den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië c.q. den Gouverneur van Suriname of van Curaçao in de voorschriften en reglementen voor de onderscheiden deelen der weermacht is of zal worden vastgesteld.
**3.** Indien door bijzondere omstandigheden de uitreiking van het ordeteeken op de in de beide voorgaande leden omschreven wijze niet kan plaats hebben, zal de in het 1e lid onder a genoemde autoriteit op de uitreiking orde stellen, daarbij in acht nemende, dat zulks op plechtige wijze behoort te geschieden.
Artikel 30
Artikel 30
Onderdeel van Reglement op de Militaire Willems-Orde· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 20 mei 1940