**1.** Indien een ridder der Orde in militairen dienst overlijdt en met militaire eerbewijzen wordt begraven, zal bij de teraardebestelling het ceremonieel gevolgd worden, vastgesteld voor de begrafenis van een militair van den naast hoogeren rang dan de overledene bekleedde. Het militair escorte zal zoo mogelijk bestaan uit afdeelingen van de troepen, waarbij de overledene heeft gediend en met welke hij de wapenfeiten verrichtte, die tot verleening van de ridderorde aanleiding hebben gegeven. De vier slippen van het lijkkleed zullen, zoo mogelijk, worden gedragen door ridders der Orde. Het ordeteeken van den overledene zal op het lijkkleed worden gehecht. De ridders in militairen dienst, aanwezig ter plaatse van de begrafenis, zullen in den lijkstoet volgen.
**2.** Tot de overige ter plaatse wonende ridders der Orde zal door de autoriteit, die met de regeling der begrafenis is belast, de algemeene uitnoodiging worden gericht mede in den lijkstoet te volgen.
Artikel 40
Artikel 40
Onderdeel van Reglement op de Militaire Willems-Orde· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 20 mei 1940