**1.** Behoudens het bepaalde in het tweede lid geschiedt inschrijving in de buitengewone registers van den burgerlijken stand slechts, indien van de geboorte, het huwelijk of het overlijden schriftelijk bewijs, althans begin van bewijs bij geschrifte wordt overgelegd; dit bewijs kan door alle bewijsmiddelen worden aangevuld.
**2.** Indien geen bewijs bij geschrifte aanwezig is, kan inschrijving geschieden van geboorte of overlijden, indien een met die van den aangever overeenstemmende verklaring door één getuige wordt afgelegd, of van een huwelijk, indien een met die van de aangevers overeenstemmende verklaring door tenminste twee getuigen wordt afgelegd.
**3.** De buitengewone ambtenaar van den burgerlijken stand is bevoegd, inschrijving te weigeren, indien hij het geleverde bewijs niet genoegzaam oordeelt.
**4.** Hij zal inschrijving weigeren van een huwelijk, indien hem blijkt, dat dit gesloten is in strijd met eenig voorschrift van de eerste afdeeling van den vijfden titel van het eerste boek van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van die, vervat in de artikelen 91, 99 en 103.
**5.** Van de ingevolge het derde en vierde lid genomen beslissingen staat gedurende een maand na den dag der beslissing beroep open bij Onzen Minister van Justitie.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Besluit buitengewone registers van de burgerlijke stand· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 24 maart 1943