Hij, die gedurende den tijd van den huidigen oorlog opzettelijk gebruik maakt of dreigt te maken van macht, gelegenheid of middel, hem door den vijand of door het feit der vijandelijke bezetting geboden, om een ander in zijn vermogen wederrechtelijk te benadeelen of om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordeelen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Artikel 27
Artikel 27
Onderdeel van Besluit Buitengewoon Strafrecht· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 4 september 1944