Naar hoofdinhoud

Titel IV

Artikel 39

Artikel 39

Onderdeel van Tribunaalbesluit· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 20 september 1944

1. Indien in het beheer van het vermogen of de nalatenschap van den beschuldigde overeenkomstig het Besluit Vijandelijk Vermogen niet reeds uit anderen hoofde daadwerkelijk is voorzien, terwijl van gegronde vrees voor verduistering of verwaarloozing daarvan en tevens van ernstige bezwaren tegen den beschuldigde blijkt, kan het Tribunaal in elken stand der zaak diens vermogen of nalatenschap onder bewind stellen met opdracht aan de hiervoor bij het Besluit Vijandelijk Vermogen aangewezen instantie om het bewind overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van dat besluit te voeren. 2. Het in het voorgaande lid bedoelde bewind kan door het Tribunaal te allen tijde worden opgeheven, tot een gedeelte van het vermogen of de nalatenschap van den beschuldigde worden beperkt of na zoodanige beperking wederom worden uitgebreid. Het eindigt van rechtswege, zoodra de zaak is geëindigd, in welke het Tribunaal de in het voorgaande lid bedoelde beslissing heeft gegeven, voor zoover het vermogen of de natalenschap van den beschuldigde niet is verbeurd verklaard.

Rechtspraak bij dit artikel