De militaire ambtenaar, die gedurende de vijandelijke bezetting van Nederlandsch grondgebied anders dan terzake van ongeschiktheid voor de waarneming van den dienst uit hoofde van verwonding, verminking, ziekten of gebreken, door of vanwege den vijand is ontslagen, wordt - met uitzondering van den tijd door hem in feitelijke krijgsgevangenschap doorgebracht - geacht van het tijdstip der ontslagverleening tot het tijdstip, waarop hij weder te Onzer beschikking komt, op non-activiteit te zijn geweest.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Besluit houdende regelen omtrent militaire ambtenaren gedurende vijandelijke bezetting· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 18 oktober 1945