Naar hoofdinhoud

Afdeeling VI

Artikel 20

Artikel 20

Onderdeel van Besluit politieke delinquenten 1945· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 19 mei 1948

1. In alle overige gevallen geschiedt de buitenvervolgingstelling voorwaardelijk en wel met inachtneming van het bepaalde in de navolgende leden. 2. Steeds wordt de algemeene voorwaarde gesteld, dat de buiten vervolging gestelde zich als een goed Nederlander zal gedragen. 3. Daarnaast worden één of meer van de navolgende bijzondere voorwaarden gesteld: ondertoezichtstelling van den buiten vervolging gestelde; verplichting zich te gedragen naar de aanwijzingen van aangewezen instellingen of personen; verbod om te gaan met bepaalde personen; verbod tot bepaalde vereenigingen toe te treden of bepaalde vergaderingen bij te wonen; verplichting tot het verrichten van arbeid; verplichting tot het verrichten van bepaalden arbeid; aanwijzing van een bepaalde verblijfplaats; verplichting zich op bepaalde tijdstippen te melden; handhaving van de onderbeheerstelling van het vermogen van den buiten vervolging gestelde met opdracht van het bewind over het vermogen aan het Beheersinstituut, bedoeld in artikel 33 van het Besluit Vijandelijk Vermogen; verplichting tot storting van een waarborgsom tot een onbeperkt bedrag ter waarborging van de naleving van andere bijzondere voorwaarden; verplichting binnen te bepalen termijn van bepaalde goederen afstand te doen; verplichting binnen te bepalen termijn een bepaald bedrag te betalen. 4. De voorwaarden, behalve die genoemd in het voorgaande lid onder k en l, gelden voor een proeftijd van ten hoogste drie jaren. De proeftijd kan tweemaal worden verlengd, telkens voor de helft van den duur van den oorspronkelijk opgelegden proeftijd. Voor den duur van den proeftijd telt niet mede, dat den buiten vervolging gestelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen. 5. Het toezicht op de naleving der voorwaarden geschiedt door of vanwege den procureur-fiscaal.

Rechtspraak bij dit artikel