**1.** Elk buitengewoon pensioen eindigt met het einde van de maand, waarin de rechthebbende is overleden. Ingeval van vermissing van de rechthebbende eindigt diens pensioen met een door de Sociale verzekeringsbank te bepalen dag.
**2.** Het buitengewoon pensioen van de in artikel 15 bedoelde kinderen eindigt tevens met het einde van de maand, waarin de rechthebbende:
de leeftijd van 21 jaren heeft bereikt of in het huwelijk is getreden;
is geadopteerd.
**3.** Een vervallen verklaard of ingetrokken buitengewoon pensioen eindigt met het einde van de maand, waarin de beschikking inzake het vervallen verklaren of de intrekking is gegeven.
hoofdstuk Zesde
Artikel 27
Artikel 27
Onderdeel van Wet buitengewoon pensioen 1940-1945· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011