Een tijdelijk buitengewoon pensioen, verleend op grond van artikel 16, eerste en derde lid, of een blijvend buitengewoon pensioen, verleend op grond van artikel 16, vijfde lid, houdt op met de door de Sociale verzekeringsbank te bepalen datum, wanneer de vermiste of hij, te wiens aanzien bij rechterlijke uitspraak de vermissing is vastgesteld in leven blijkt te zijn.
hoofdstuk Zesde
Artikel 30
Artikel 30
Onderdeel van Wet buitengewoon pensioen 1940-1945· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2023