Een buitengewoon pensioen, verleend op grond van artikel 16, eerste en vijfde lid, en een tijdelijk buitengewoon pensioen, verleend op grond van artikel 16, derde lid, houden op met de door de Sociale verzekeringsbank te bepalen datum, wanneer de vermiste of hij, te wiens aanzien bij rechterlijke uitspraak de vermissing is vastgesteld, in leven blijkt te zijn.
hoofdstuk Vijfde
Artikel 27
Artikel 27
Onderdeel van Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2023