**1.** Het bestuur van een bedrijfslichaam maakt de verordeningen die het ter vervulling van de in artikel 71 omschreven taak nodig oordeelt ten aanzien van de onderwerpen, die krachtens het tweede lid door dat lichaam geregeld of nader geregeld kunnen worden.
**2.** Een bedrijfslichaam is, met inachtneming van de bij het instellingsbesluit terzake gestelde regels, bevoegd tot de regeling of nadere regeling van een of meer der volgende onderwerpen of onderdelen daarvan, voorzover
die onderwerpen of onderdelen niet bij het instellingsbesluit aan die bevoegdheid zijn onttrokken en
de regeling daarvan niet bij of krachtens de wet uitsluitend aan anderen is overgelaten, te weten:
registratie van ondernemingen en daarin werkzaam personeel, en – voorzover noodzakelijk voor de vervulling van de taak van het bedrijfslichaam – verstrekking van gegevens en inzage in boeken en bescheiden en bezichtiging van de onderneming;
de voortbrenging, de afzet, de verdeling en de aanwending van goederen, waaronder mede begrepen de opslag en de be- en verwerking van goederen, en het verlenen van diensten;
bevordering van professionele bedrijfsvoering;
de lonen en andere arbeidsvoorwaarden;
onderzoek op sociaal, economisch en technisch terrein;
arbeidsmarktvoorzieningen;
fondsen en andere instellingen in het belang der bedrijfsgenoten.
**3.** Verordeningen, betreffende onderwerpen, als bedoeld in het voorgaande lid, onder a, houden waarborgen in tegen misbruik van de ingevolge die verordeningen te verstrekken gegevens.
**4.** De vestiging, uitbreiding en stillegging van ondernemingen worden niet aangemerkt als onderwerpen in de zin van het tweede lid.
**5.** Geen verordening mag aan gezonde mededinging in de weg staan.
hoofdstuk Tweede › Titel IV
Artikel 93
Artikel 93
Onderdeel van Wet op de Sociaal-Economische Raad· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1999