Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Artikel 9

Onderdeel van Besluit militaire medailles· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2017

1. Het berekenen van de diensttijd tot het verkrijgen van de in artikel 1 van dit besluit bedoelde medailles geschiedt, behoudens de leden 2 tot en met 4 van dit artikel, overeenkomstig het berekenen van de diensttijd tot het verkrijgen van pensioen ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen inzake voor pensioen geldige diensttijd, met dien verstande dat: voor de militair die tussen 31 december 1985 en 1 juli 1986 binnen de keerkringen, in arctische of antarctische gebieden was geplaatst, de duur van die plaatsing na 31 december 1985 dubbel telt; die diensttijdbepalingen ter zake van dubbeltelling wegens krijgsverrichtingen, ongeoorloofde afwezigheid, alsmede de rekenmethode aan de hand van kalenderjaren, kalendermaanden, dagen en oefenuren niet van toepassing zijn. Met betrekking tot de vaststelling van de in artikel 1, tweede lid, onder b, respectievelijk onder c van dit besluit genoemde diensttijd worden evenwel ten hoogste zes, respectievelijk negen jaren dubbel geteld. 2. Mede komt in aanmerking de tijd: a. welke op wachtgeld is doorgebracht door een - terzake van opheffing van de betrekking van de militair, of ter zake van verandering in de organisatie van de tak van dienst, waartoe de militair behoort - eervol ontslagen beroepsmilitair van de Koninklijke Landmacht, van de Koninklijke Luchtmacht of van de Koninklijke Marechaussee, beneden de rang van tweede-luitenant, die als zodanig is herplaatst, b. welke op pensioen is doorgebracht door een - terzake van het verbreken van zijn dienstverband tijdens de vijandelijke bezetting van Nederlands grondgebied - eervol ontslagen beroepsmilitair der Koninklijke landmacht, beneden de rang van twee-luitenant, die als zodanig is herplaatst, een en ander met inachtneming van de Wet van 8 maart 1956 (Stb. 132), voorzover deze van toepassing is. 3. Voorts komt in aanmerking de diensttijd, welke een tijdens de vijandelijke bezetting van Nederlands grondgebied - terzake van overgang in een burgeroverheidsbetrekking - eervol ontslagen beroepsmilitair der Koninklijke landmacht, beneden de rang van tweede-luitenant, die als zodanig is herplaatst, na dat ontslag bij de Marechaussee, de Staatspolitie of de Rijkspolitie heeft volbracht. 4. De tijd doorgebracht als vrijwilliger met z.g. kort dienstverband of als militieplichtige bij het voormalig Koninklijk Nederlands Indonesisch Leger, dan wel als schutterplichtige bij de voormalige troepenmacht (c.q. landmacht) in SURINAME en/of in CURAÇAO (c.q. NEDERLANDSE ANTILLEN) wordt - indien deze tijd niet reeds wordt vergolden op grond van het bepaalde in lid 1 van dit artikel - medegeteld op de in lid 1 van dit artikel aangegeven wijze, als ware die tijd diensttijd tot het verkrijgen van pensioen krachtens de bepalingen van de Algemene militaire pensioenwet. 5. De tijd doorgebracht als reservist als bedoeld in artikel 1 wordt – indien deze tijd niet reeds wordt vergolden op grond van het eerste lid – meegeteld op de in het eerste lid aangegeven wijze, als ware die tijd diensttijd tot het verkrijgen van pensioen krachtens de bepalingen van de Algemene militaire pensioenwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel