Bij een aanvrage om pensioen ten behoeve van de wettige kinderen, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a, en tweede lid, der wet worden bovendien overgelegd:
de in artikel 4, onder 1 en 2, vermelde stukken, voorzover die niet reeds zijn overgelegd ingevolge het bepaalde in dat artikel;
extracten uit het geboortenregister betreffende die kinderen;
zo mogelijk een gewaarmerkt afschrift van de akte van benoeming tot en beëdiging als voogd(es) over die kinderen.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Besluit tot uitvoering van het vijfde hoofdstuk der Wet buitengewoon pensioen 1940-1945· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 24 juni 1994