Het versiersel van het Kruis voor Recht en Vrijheid, waarvan het standaardmodel nader zal worden vastgesteld, bestaat uit een vierarmigkruis van verzilverd metaal, hoog en breed 40 mm.
In het hart van het kruis bevindt zich een ovaal schild van 14 mm hoog en 8 mm breed. Tussen de armen van het kruis zijn aangebracht twee zwaarden eveneens van verzilverd metaal, schuin gekruist achter het ovale schild. Op het schild is in relief aangebracht de letter "J". Het schild wordt gedekt door een Koninklijke Kroon.
Op de achterzijde van het schild de Leeuw, zoals hij in het wapen van het Rijk voorkomt. Het geheel gedragen door een ring.
Het kruis is bevestigd op een lint van 27 mm. breedte met in het midden een oranje baan van 7 mm. en ter weerszijden daarvan, van het midden uit gerekend, banen ultramarijn-wit-ultramarijn, onderscheidenlijk ter breedte van 8, 1 en 1 mm.
Op het lint wordt een verzilverd metalen gesp gedragen waarop de naam en het jaartal van het krijgsbedrijf, waarvoor het kruis wordt toegekend, vermeld staan.
Hij, die aan meer dan één krijgsbedrijf, waarop het kruis wordt toegekend, heeft deelgenomen, draagt de verschillende gespen, de namen en jaartallen der krijgsbedrijven bevattende, boven elkander op het lint, de eerstverkregen gesp direct boven het kruis. Het kruis wordt hem slechts eenmaal uitgereikt.
Het is aan hen, die gerechtigd zijn tot het dragen van het Kruis voor Recht en Vrijheid vergund een kruis van verkleind model onder aan het lint, dan wel het lint alleen te dragen. Indien alleen het lint wordt gedragen, zal iedere gesp worden aangegeven door een achtpuntige ster van verzilverd metaal, met dien verstande, dat niet meer dan vier sterren op het lint gedragen zullen worden. In dit geval is het lint 39 mm. breed, de middelste-oranje-baan is 9 mm. breed en ter weerszijden daarvan, van het midden uit gerekend, zijn de banen ultramarijn-wit-ultramarijn onderscheidenlijk breed 12, 1½ en 1½ mm.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Instellingsbesluit Kruis voor Recht en Vrijheid· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 30 augustus 1951