**1.** Tot aan de behandeling van de klacht ter zitting kan de voorzitter van de raad van discipline besluiten dat:
de raad kennelijk onbevoegd is;
de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is;
de klacht kennelijk ongegrond is; of
de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
**2.** De beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt met redenen omkleed. Daarbij wordt gewezen op het bepaalde in het vierde lid.
**3.** Van de beslissing zendt de griffier van de raad onverwijld een afschrift aan de in het artikel 46i, eerste lid, tweede volzin, bedoelde personen en instanties.
**4.** Artikel 46h is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beslissing in het eerste lid.
Artikel IVA van Stb. 2014/354 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
§ 4
Artikel 46j
Artikel 46j
Onderdeel van Advocatenwet· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2015