Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 26

Artikel 26

Onderdeel van Wet op de Watersnoodschade 1953· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 16 januari 1954

1. Voor de berekening van de bijdrage worden, ingeval: de rechthebbende uit anderen hoofde geheel of gedeeltelijk vergoeding voor de schade heeft verkregen, kan verkrijgen of door zijn schuld niet heeft verkregen; de schade geheel of gedeeltelijk op andere wijze is goedgemaakt; de schade mede door de schuld van de rechthebbende is veroorzaakt of vergroot, de herbouw-, heraanschaffings- of herstelkosten met een dienovereenkomstig bedrag verlaagd. 2. Geen bijdrage wordt verleend met betrekking tot geld en geldswaardige papieren of met betrekking tot goederen, welke zelfstandig geen verkoopwaarde bezitten. 3. Het bepaalde in lid 1, onder a en b, lijdt uitzondering in gevallen, waarin de belanghebbende giften in geld of goederen heeft ontvangen van derden, met dien verstande, dat alsdan op de bijdrage in mindering wordt gebracht het bedrag, waarmede het totaal van de volgens de voorafgaande artikelen berekende bijdrage en de giften de gezamenlijke werkelijke herbouw-, heraanschaffings- of herstelkosten mocht overtreffen. 4. Onze Minister van Financiën kan nadere voorschriften geven voor de uitvoering van de vorige leden.

Rechtspraak bij dit artikel