**1.** In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk II wordt op verzoek van een rechthebbende, die met goedkeuring van Onze Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting niet tot vervanging van een onherstelbaar beschadigd gebouwd onroerend goed overgaat, de bijdrage vastgesteld op het bedrag van de verkoopwaarde van dat goed op 31 Januari 1953, verminderd met de verkoopwaarde van de restanten volgens de op dat tijdstip geldende factoren. Bij de vaststelling van beide waarden wordt de ondergrond mede in aanmerking genomen. De bijdrage ingevolge dit lid is nimmer hoger dan een bijdrage, berekend overeenkomstig hoofdstuk II.
**2.** De bijdrage wordt zo spoedig mogelijk na de toekenning uitbetaald.
**3.** De leden 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot schepen, met dien verstande, dat de in lid 1 bedoelde goedkeuring kan worden gegeven door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, doch voorzoveel het visserijschepen betreft door Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening.
Hoofdstuk III
Artikel 32
Artikel 32
Onderdeel van Wet op de Watersnoodschade 1953· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 16 januari 1954