**1.** Goederen, welke volgens de artikelen 562 en 563 van het Burgerlijk Wetboek onroerend zijn, doch welke naar hun aard en functie naar het oordeel van het vaststellend orgaan met goederen, als bedoeld zijn in artikel 16, of met andere roerende goederen zijn gelijk te stellen, worden voor de berekening van de bijdrage als roerende goederen beschouwd.
**2.** Verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, welke een cultureel of maatschappelijk doel nastreven, dan wel de beoefening van sport bevorderen, worden voor de toepassing van deze wet behandeld, als hadden zij rechtspersoonlijkheid. Uitbetaling van de bijdrage geschiedt aan een dergelijke vereniging tegen kwijting door de gezamenlijke bestuurderen van de vereniging of aan een of meer door dezen daartoe gemachtigde personen, doch niet dan nadat de bestuurderen zich, op straffe van terugbetaling van de bijdrage, hoofdelijk hebben verbonden de bijdrage aan te wenden in het belang van het doel van de vereniging.
Hoofdstuk V
Artikel 51
Artikel 51
Onderdeel van Wet op de Watersnoodschade 1953· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 16 januari 1954