Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Instellingswet Productschap voor Groenten en Fruit· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 januari 1956

1. Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin: de teelt van groenten, landbouwpeulvruchten, welke groen worden geoogst, vroege aardappelen, fruit, noten of kruiden wordt uitgeoefend; groenten, landbouwpeulvruchten, fruit, noten of daaruit verkregen producten, met uitzondering van slaggrondnoten en copra, worden be- of verwerkt; de handel - met uitzondering van de aanvoer-, transito- en driehoekshandel - wordt uitgeoefend in groenten, landbouwpeulvruchten, welke groen zijn geoogst, fruit, noten, of uit deze producten of uit andere dan groen geoogste landbouwpeulvruchten verkregen producten, met uitzondering van slaggrondnoten en copra. 2. Als ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, worden mede aangemerkt de veilingen van de in dat lid bedoelde producten. 3. In deze wet worden onder groenten mede verstaan uien, eetbare zwammen, specerijen, specerijgewassen, consumptiespecerijzaden en plantgoed van groenten en aardbeien, met uitzondering van plantsjalotten en plantuitjes. 4. In deze wet, met uitzondering van de artikelen 3, 6 en 12, wordt onder handel mede verstaan de werkzaamheid van tussenpersonen.

Rechtspraak bij dit artikel