Voor de toepassing van de in artikel 1 bedoelde bepalingen ten aanzien van het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten wordt Onze Minister van Economische Zaken mede als betrokken Minister aangemerkt, voor zoveel betreft:
verordeningen, die bindende regelen inhouden:
voor een der in de artikelen 1, onder a, en 3, onder a, genoemde bedrijven;
voor het banketbakkersbedrijf, het hotel-, het café- of het restaurantbedrijf of de detailhandel in koffie, thee, cacaobonen of daaruit verkregen producten, of wijn;
verordeningen, die regelen inhouden, welke de mededinging beperken tussen degenen, die ondernemingen drijven:
op een der in de artikelen 1, onder b, 2, 3, onder b, en 4 genoemde gebieden;
op het gebied van de be- of verwerking van koffie, thee of cacaobonen of daaruit verkregen producten of de groothandel in koffie, thee, cacaobonen of daaruit verkregen producten, of wijn.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Besluit ex artikel 32 Instellingswet Productschappen en Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1956