Naar hoofdinhoud

Paragraaf

Artikel IV

Artikel IV

Onderdeel van Wet op de samenstelling van de burgerlijke gerechten en van de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 24 juli 1963

De substituut-griffiers bij de Hoge Raad, de gerechtshoven, en de arrondissements-rechtbanken, die vóór 1 januari 1957 zijn benoemd en de waarnemende substituut-officieren van justitie, bedoeld in het tweede lid van artikel VII der wet van 28 juni 1956 (Stb. 377) genieten met ingang van 1 januari 1959, 1 april 1960 en 1 juli 1961 maandelijks een salaris volgens onderstaande schaal: ingaande 1 jan. 1959 ingaande 1 april 1960 ingaande 1 juli 1961 aanvang 649 698 703 na 1 jaar 678 729 734 na 2 jaar 707 760 765 na 3 jaar 736 791 796 na 4 jaar 765 822 827 na 5 jaar 794 853 858 na 6 jaar 823 884 889 na 7 jaar 854 917 920 maximum 885 949 951

Rechtspraak bij dit artikel