Naar hoofdinhoud

Paragraaf D

Artikel 20

Artikel 20

Onderdeel van Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 27 juni 1959

1. De partij, die de uitvoerbaarverklaring in een der Staten waar het verdrag van kracht is, verlangt, zendt aan Onze Minister van Justitie: een rekest, houdende verzoek, als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het verdrag, gericht tot de bevoegde autoriteit van de Staat, waar de uitvoerbaarverklaring verlangd wordt; een expeditie van de uitspraak; een verklaring, ingevolge artikel 19 dezer wet afgegeven, dat de uitspraak ten aanzien der veroordeling in de kosten kracht van gewijsde zaak heeft verkregen. 2. De stukken in het voorgaande lid, sub 1° en 3° genoemd, zijn ieder vergezeld van een vertaling in een der talen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, sub 3°, van het verdrag; van de uitspraak wordt een zodanige vertaling nopens het gedeelte, dat de beslissing bevat, overgelegd. De vertalingen moeten voor overeenstemmend verklaard zijn door een beëdigd vertaler in het land, waar de uitvoerbaarverklaring verlangd wordt, of door een beëdigd vertaler in Nederland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel