Als de autoriteit in Nederland bevoegd om het bewijs van onvermogen af te geven of de verklaring van onvermogen voor zich te doen afleggen, als bedoeld in artikel 21 van het verdrag, met het oog op toelating tot het voorrecht van kosteloze rechtsbijstand in een van de Staten, waar het verdrag van kracht is, wordt aangewezen de burgemeester van de gewone verblijfplaats van de betrokkene of, bij gebreke daarvan, van zijn werkelijk verblijf.
Paragraaf E
Artikel 28
Artikel 28
Onderdeel van Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 27 juni 1959