Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
**1.** Onze Minister kan bepalen, dat degenen, die een of meer der in artikel 6, tweede lid, en artikel 9, eerste lid, genoemde gedragingen verrichten of plegen te verrichten, verplicht zijn:
nauwgezet, volledig en naar waarheid aantekening te houden betreffende die gedragingen en daarbij de door Onze Minister of de door hem aangewezen lichamen, organen of personen gegeven voorschriften na te leven;
boeken en bescheiden betreffende die gedragingen aan de lichamen, organen of personen, die Onze Minister daartoe heeft aangewezen, op eerste vordering te tonen of tegen bewijs van ontvangst af te geven of te zenden.
**2.** Artikel 6, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
De wijziging is in werking getreden op 17 februari 1999 (Stb. 1999/40).