Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Noodwet voedselvoorziening· Levensmiddelenrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2015

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2014/571. 1. Indien het naar het oordeel van het dagelijks bestuur van een bedrijfslichaam in een der gevallen, genoemd in het tweede lid van artikel 4, niet mogelijk is, dat het bestuur, een commissie uit het midden van het bestuur of een orgaan, bedoeld in artikel 88a van de Wet op de Bedrijfsorganisatie, bijeenkomt, oefent het dagelijks bestuur de aan het bestuur, die commissie of dat orgaan toekomende bevoegdheden uit. 2. Indien het naar het oordeel van de voorzitter van een bedrijfslichaam in zodanig geval niet mogelijk is, dat het dagelijks bestuur bijeenkomt, oefent hij de aan het dagelijks bestuur toekomende bevoegdheden uit. Indien hij in zodanig geval tevens van oordeel is, dat tengevolge van bedoelde omstandigheden het bestuur, een commissie uit het bestuur of een orgaan, bedoeld in artikel 88a van de Wet op de Bedrijfsorganisatie, niet kan bijeenkomen, oefent hij ook de aan het bestuur, die commissie of dat orgaan toekomende bevoegdheden uit. 3. Zo spoedig mogelijk legt het dagelijks bestuur, onderscheidenlijk de voorzitter aan het bestuur verantwoording af van hetgeen krachtens de vorige leden is verricht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel