In krachtens artikel 23 vastgestelde vorderingsbeschikkingen kan aan daarbij aangewezen personen de verplichting worden opgelegd, om, voor zover hun dat feitelijk en rechtens mogelijk is, op het tijdstip, waarop het gevorderde recht op de zaak zal overgaan of ontstaan, aan degene, te wiens behoeve de vordering geschiedt, de feitelijke mogelijkheid tot uitoefening van dat recht te verschaffen.
Artikel 24
Artikel 24
Onderdeel van Vorderingswet· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1992