**1.** Onze Ministers, aan wie krachtens artikel 3 of 23 vorderingsbevoegdheid is verleend, kunnen van een ieder inlichtingen en inzage van zakelijke gegevens en bescheiden vorderen, voor zover zij die voor een goede uitvoering van deze wet nodig achten.
**2.** Zij kunnen de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden, opdragen aan daartoe schriftelijk door hen aangewezen personen.
**3.** De artikelen 5:12., 5:13, 5:15 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in het tweede lid bedoelde personen.
**4.** Zo nodig oefenen die personen de in het eerste lid genoemde bevoegdheid uit met behulp van de sterke arm.
**5.** Onze Ministers zijn bevoegd tot overeenkomstige toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van de in het tweede lid bedoelde personen.
Artikel 29
Artikel 29
Onderdeel van Vorderingswet· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2021