**1.** Indien het plan bestaat, maatregelen, welke de waterstaatkundige toestand op Duits grondgebied wezenlijk kunnen beïnvloeden, uit te voeren of de uitvoering hiervan toe te laten, is de beheerder van het grenswater of, voor het geval dit water daarbij niet rechtstreeks is betrokken, de uitvoerder van die maatregelen verplicht de door Nederland aangewezen voorzitter van de Permanente Grenswaterencommissie, bedoeld in artikel 64 van het Grensverdrag, hiervan tijdig vooraf in kennis te stellen, onder toezending van een afschrift van deze kennisgeving - voorzoveel die verplichting rust op een ander dan het Rijk - aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. Nadere regelen hieromtrent kunnen worden gesteld bij algemene maatregel van bestuur.
**2.** Tot het uitvoeren van in het eerste lid genoemde maatregelen door anderen dan het Rijk mag niet worden overgegaan, dan nadat Onze Minister van Verkeer en Waterstaat heeft verklaard, dat met het oog op de naleving van het bepaalde in het Grensverdrag tegen de uitvoering daarvan geen bezwaar bestaat.
Hoofdstuk III
Artikel 21
Artikel 21
Onderdeel van Uitvoeringswet Nederlands-Duits Grensverdrag· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1963