**1.** Indien een rechthebbende op pensioen, weduwepensioen of wezenonderstand een algemeen pensioen of een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet gaat genieten dan wel het genot van een algemeen pensioen of bedoelde uitkering eindigt, of indien in het bedrag van het algemeen pensioen of de uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet een wijziging wordt aangebracht op grond van persoonlijke omstandigheden van hemzelf, zijn echtgenoot of zijn kinderen, is hij gehouden hiervan onverwijld kennis te geven aan het lichaam dat het pensioen, het weduwepensioen of de wezenonderstand uitkeert.
**2.** Indien een belanghebbende de in het voorgaande lid bedoelde verplichting niet naleeft, gaat een vermindering van de beperking op grond van dat verlies of die verandering niet eerder in, dan met ingang van een jaar voor de maand, waarin het lichaam daarvan kennis heeft gekregen.
Artikelen 3, 4a, 10, vijfde lid, 24, 26a en 27d werken terug tot
en met 1 januari 2001. Artikel 27b werkt terug tot en met 1
januari 1998. Artikelen 7, 9, 10, eerste en tweede lid, 15, 17,
18, 21, 22, 22a, 23, 25, 26, 27, 27a en 27c werken terug tot en
met 1 juli 1996.
Paragraaf
Artikel 22a
Artikel 22a
Onderdeel van Samenloopregeling Indonesische pensioenen 1960· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 24 augustus 2001