Naar de in artikel 32 van de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956 gemaakte onderscheiding is Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderscheidenlijk Onze Minister van Buitenlandse Zaken bevoegd periodieke uitkeringen, welke in aard overeenkomen met pensioen, weduwenpensioen of wezenonderstand, voor de toepassing van deze wet als zodanig aan te merken.
Artikelen 3, 4a, 10, vijfde lid, 24, 26a en 27d werken terug tot
en met 1 januari 2001. Artikel 27b werkt terug tot en met 1
januari 1998. Artikelen 7, 9, 10, eerste en tweede lid, 15, 17,
18, 21, 22, 22a, 23, 25, 26, 27, 27a en 27c werken terug tot en
met 1 juli 1996.
Paragraaf
Artikel 24
Artikel 24
Onderdeel van Samenloopregeling Indonesische pensioenen 1960· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 24 augustus 2001