Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Reglement voor de Kamer voor de Binnenvisserij 1964· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 september 2008

De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretarissen van de Kamer voor de Binnenvisserij zullen, alvorens in bediening te treden, de eed (belofte) afleggen: "Dat zij getrouw zullen zijn aan de Koning, en de Grondwet zullen onderhouden en nakomen. Dat zij, middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel, tot het verkrijgen hunner aanstelling aan iemand, wie hij ook zij, iets hebben gegeven of beloofd, noch zullen geven of beloven. Dat zij nimmer enige giften of geschenken zullen aannemen of ontvangen van enig persoon, welke zij weten of vermoeden enige zaak te hebben of te zullen krijgen, in welke hun ambtsverrichtingen zouden kunnen te pas komen. Dat zij zich noch directelijk of indirectelijk over enige door hen behandelde aangelegenheid, of die zij weten of vermoeden, dat door hen behandeld zal worden, in enig bijzonder onderhoud of gesprek zullen inlaten met partijen of derzelver advocaten of gemachtigden, noch daarover enige bijzondere onderrichting, memorie of schrifturen zullen aannemen. Dat zij voorts hun posten met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdigheid, zonder aanzien van personen, zullen waarnemen en zich in de uitoefening van hun bediening gedragen zoals brave en eerlijke ambtenaren betaamt". Artikel XII van Stb. 2008/276 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet afschaffing procuraat en invoering elektronisch berichtenverkeer in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel