Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
**1.** De president van een gerechtshof, waarvoor de voorziening, omschreven in artikel 4, onder a, is getroffen, wordt bij belet of ontstentenis van degenen, die hem vervangen ingevolge artikel 9 van de Wet op de rechterlijke organisatie, vervangen door de overige raadsheren, raadsheren-plaatsvervangers, tevens rechter, raadsheren-plaatsvervangers, tevens kantonrechter, of de overige raadsheren-plaatsvervangers in deze volgorde. Binnen de genoemde groepen gaat de oudst benoemde voor; daarbij wordt de voorziening krachtens artikel 4, onder a, als een benoeming aangemerkt. Bij gelijktijdige benoeming gaat de oudste in leeftijd voor.
**2.** De president van een rechtbank, waarvoor de voorziening, omschreven in artikel 4, onder b, is getroffen, wordt bij belet of ontstentenis van degenen, die hem vervangen ingevolge artikel 9 van de Wet op de rechterlijke organisatie, vervangen door de overige rechters, de rechters-plaatsvervangers, tevens kantonrechters, of de overige rechters-plaatsvervangers in deze volgorde. De tweede en derde volzin van het vorige lid zijn van overeenkomstige toepassing.
**3.** Voor de vervanging van de president van een gerechtshof of een rechtbank, bedoeld in dit artikel, komen degenen, die krachtens artikel 5 tijdelijk kunnen optreden, niet in aanmerking.
De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2002 (Stb. 2001/621).
De wijziging is in werking getreden op 1 juli 2004 (Stb. 2004/275).
Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd. De wijziging is in werking getreden op 1 februari 2006 (Stb. 2006/24).